14-11-10

BETEKENIS PLANTENBENAMINGEN

De bijzondere specificaties die de algemene plantennaam vergezellen geven ons een duidelijk inzicht m.b.t. de genus, species en cultivar.

Daarom is het een must deze botanische namen te begrijpen.

Tijdens de laatste 10 jaar heb ik dikwijls de betekenis van deze namen opgezocht en een lijst aangelegd, die ik nog altijd vervolledig.

De naam van een plant vertelt ons tot welke genus (geslacht)  en  species (soort), cultivar (variëteit) of hybride deze behoort

Vb : Persicaria (genus) microcephala (species) 'Red Dragon' (cultivar)

Namen die een x bevatten zijn hybriden, het resultaat van 2 verschillende soorten die elkaar kunnen bestuiven.  Dit kan zowel in de natuur als in de kwekerijen.

Botanische namen die worden gebruikt in plantennamen

Delen van planten

Baccatus : met besvormige vruchten

Coccifera : bessendragend

Florus : verwijst naar bloemen

Folius of phylus verwijst naar bladeren

Fruticosa : heesterachtig (frutescens), struikvormig 

Vorm en groeiwijze

Arboreus : boomvormig

Calycin : kelkachtig

Chamaecyparissus : laaggroeiend, tegen de grond

Compactus : compact of dik

Contortus : schroefvormig

Elatus : groot

Elegans : elegant

Hastata : spiervormig

Humilis : klein of laaggroeiend

Nantus: dwerg

Pendulus : met hangende takken

Procumbens : dicht bij de grond

Repens of reptans : kruipend

Rigens , rigescens: rechtopgerichte bloem

 

Kleur

Albus : wit

Aureus : goud

Bicolor : tweekleurig (bloemen of laderen)

Brunneus : bruin

Caeruleus : blauw

Cardinalis : scharlakenrood

Coccineus : scharlakenrood

Croceus : geel

Glaucus, glauca: grijsgroen, zeegroen, blauwgroen

Ivorine : ivoorkleurig, zacht geel wit

Leucanthemum : witbloemig

Niger : zwart

Ochroleuca : crème

Pallidus : bleek, crèmekleurig

Purpureus : purper

Purpurescens : bijna purper

Rubra : rood

Tricolor (driekleurig (bloemen of bladeren)

 

Bladvorm

Acerifolius : esdoornachtige bladeren

Argustifolius : smalle bladeren

Argutifolis : puntige bladeren

Buxifolius: bladeren die lijken op die van de buxus

Cordifolius : met hartvormige bladeren

Coriaceus : leerachtig

Heterophyllus : bladeren van uiteenlopende grootte

Ilicifolius : lijkend op ilex (hulst)

Integrifolius : bladeren zonder tanden

Latifolius :brede bladeren

Macrophyllus : grote bladeren, grootbladig

Marginatus : met kanttekeningen

Ovalifolium: eirond blad

Parvifolius : kleine bladeren

Quarcifolius : met bladeren van een eik, eikenblad

Quinquefolius : vijfbladig

Spinosa : stekelig

Tenuifolium: fijne of dunne blaadjes

Velutina: fluwelig

Algemene eigenschappen

Armatus : doornig

Barbatus met baard (van bloemen)

Callicarpus : met fraaie vruchten

Campanulatus : belvormig

Cordatus : hartvormig

Edulus : eetbaar

Dendroideus : boomachtig

Edulis : eetbaar

Floridus : bloemrijk

Fulgens : blinkendgrandis : groot

Hirsutus of hirsutissimus : harig of zeer harig

Lanatus : wolachtig

Maculata : gevlekt

Macro- : groot

Major : groter

Micranthus : kleine bloem

Microcarpus : met kleine vruchten

Micro- : klein

Millefolius : duizendbladig

Mollis : zacht

Montana : bergbewonend

Multiflora : veelbloemig

Nervosus : geaderd of geribd

Officinalis : geneeskrachtig

Plumosus : veerachtig

Praecox : vroegbloeiend

Pratense : in weiden groeiend

Pubescens : donzig

Racemosa : trosvormig

Pungens : scherp, puntig

Radicans : wortelend aan de basis of takken

Rivale : plant die langs de grachten of beken groeit

Rotundus : rond

Rugosus : gerimpeld

Setaceus, setifer : borstelig

Scaber : ruw

Scandens : klimplant

Spinosus : doornig, met stekels

Splendens : zeer mooi

Sylvaticum : planten die vooral in bossen groeien

Sylvatris : in bossen groeiend

Variegatus: geschakeld

Villosus : zeer harig

Zebrinus : gestreept

Geur van bloem of bladeren

Anisatum : anijsgeurig

Citriodorus : citroengeurig

Foetidus : slecht geurend

Foetidissima : zeer slecht geurend

Fragrans of fragrantissima : geurend of zeer geurend, welriekend

Graveolens :  sterk geurend

Inodorum : stinkend

Moschatus, moschata : muskusachtige geur

Suaveolens : zoet geurend

Suavis : zoet

Odoratus, odorifer,of odoratissimus : aangenaam of zeer aangenaam geurend 

Land of streek van herkomst

Africanus : uit Afrika

Alpinus : uit de alpenstreken

Australis : zuidelijk

Capestris : uit vlakten of velden

Canadensis : uit Canada

Canariensis : van de Canarische eilanden

Capensis : van de Kaap (Zuid Afrika)

Chinensis of sinensis : uit China

Europaeus : uit Europa

Hibernic : afkomstig van Ierland

Hispanicum : uit Spanje afkomstig

Japonicus : uit Japan

Occidentalis : westelijk

Orientalis : oostelijk

 

Wordt regelmatig aangevuld

 

18:45 Gepost door Lieve | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.